NL: nekkenSynoniemen: de kop kosten, verzieken, ruïneren, bederven
EN: nekken (in de war sturen): mess up, muck up, foul up, upset
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
genekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik nek jij nekt hij nekt wij nekken jullie nekken zij nekken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb genekt jij hebt genekt hij heeft genekt wij hebben genekt jullie hebben genekt zij hebben genekt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik nekte jij nekte hij nekte wij nekten jullie nekten zij nekten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had genekt jij had genekt hij had genekt wij hadden genekt jullie hadden genekt zij hadden genekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal nekken jij zult nekken hij zal nekken wij zullen nekken jullie zullen nekken zij zullen nekken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal genekt hebben jij zult genekt hebben hij zal genekt hebben wij zullen genekt hebben jullie zullen genekt hebben zij zullen genekt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou nekken jij zou nekken hij zou nekken wij zouden nekken jullie zouden nekken zij zouden nekken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou genekt hebben jij zou genekt hebben hij zou genekt hebben wij zouden genekt hebben jullie zouden genekt hebben zij zouden genekt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
nek
|