NL: neerstrijkenSynoniemen: plaatsnemen
DE: neerstrijken (zich vestigen): niederlassen
EN: neerstrijken (zich vestigen): establish oneself, settle, take up one's residence somewhere
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
neergestreken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik strijk neer jij strijkt neer hij strijkt neer wij strijken neer jullie strijken neer zij strijken neer
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb neergestreken jij hebt neergestreken hij heeft neergestreken wij hebben neergestreken jullie hebben neergestreken zij hebben neergestreken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik streek neer jij streek neer hij streek neer wij streken neer jullie streken neer zij streken neer
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had neergestreken jij had neergestreken hij had neergestreken wij hadden neergestreken jullie hadden neergestreken zij hadden neergestreken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal neerstrijken jij zult neerstrijken hij zal neerstrijken wij zullen neerstrijken jullie zullen neerstrijken zij zullen neerstrijken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal neergestreken hebben jij zult neergestreken hebben hij zal neergestreken hebben wij zullen neergestreken hebben jullie zullen neergestreken hebben zij zullen neergestreken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou neerstrijken jij zou neerstrijken hij zou neerstrijken wij zouden neerstrijken jullie zouden neerstrijken zij zouden neerstrijken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou neergestreken hebben jij zou neergestreken hebben hij zou neergestreken hebben wij zouden neergestreken hebben jullie zouden neergestreken hebben zij zouden neergestreken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
strijk neer
|