NL: natrekkenSynoniemen: checken, nagaan, overtrekken, verifiëren
DE: überprüfen, verifizieren, nachgehen, nachforschen, erkunden, nachprüfen, prüfen, forschen, nachspüren, feststellen, erforschen, untersuchen
EN: check, investigate, trace, affirm, check out, go through again
FR: vérifier, examiner, contrôler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
nagetrokken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik trek na jij trekt na hij trekt na wij trekken na jullie trekken na zij trekken na
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb nagetrokken jij hebt nagetrokken hij heeft nagetrokken wij hebben nagetrokken jullie hebben nagetrokken zij hebben nagetrokken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik trok na jij trok na hij trok na wij trokken na jullie trokken na zij trokken na
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had nagetrokken jij had nagetrokken hij had nagetrokken wij hadden nagetrokken jullie hadden nagetrokken zij hadden nagetrokken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal natrekken jij zult natrekken hij zal natrekken wij zullen natrekken jullie zullen natrekken zij zullen natrekken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal nagetrokken hebben jij zult nagetrokken hebben hij zal nagetrokken hebben wij zullen nagetrokken hebben jullie zullen nagetrokken hebben zij zullen nagetrokken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou natrekken jij zou natrekken hij zou natrekken wij zouden natrekken jullie zouden natrekken zij zouden natrekken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou nagetrokken hebben jij zou nagetrokken hebben hij zou nagetrokken hebben wij zouden nagetrokken hebben jullie zouden nagetrokken hebben zij zouden nagetrokken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
trek na
|