NL: nasporenSynoniemen: naspeuren, traceren, navorsen, onderzoeken
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
nagespoord
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik spoor na jij spoort na hij spoort na wij sporen na jullie sporen na zij sporen na
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb nagespoord jij hebt nagespoord hij heeft nagespoord wij hebben nagespoord jullie hebben nagespoord zij hebben nagespoord
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik spoorde na jij spoorde na hij spoorde na wij spoorden na jullie spoorden na zij spoorden na
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had nagespoord jij had nagespoord hij had nagespoord wij hadden nagespoord jullie hadden nagespoord zij hadden nagespoord
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal nasporen jij zult nasporen hij zal nasporen wij zullen nasporen jullie zullen nasporen zij zullen nasporen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal nagespoord hebben jij zult nagespoord hebben hij zal nagespoord hebben wij zullen nagespoord hebben jullie zullen nagespoord hebben zij zullen nagespoord hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou nasporen jij zou nasporen hij zou nasporen wij zouden nasporen jullie zouden nasporen zij zouden nasporen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou nagespoord hebben jij zou nagespoord hebben hij zou nagespoord hebben wij zouden nagespoord hebben jullie zouden nagespoord hebben zij zouden nagespoord hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
spoor na
|