NL: naslaanSynoniemen: nazien, opzoeken
DE: aufsuchen, suchen, nachsehen, nachschlagen, auftreiben
EN: look up
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
nageslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sla na jij slaat na hij slaat na wij slaan na jullie slaan na zij slaan na
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb nageslagen jij hebt nageslagen hij heeft nageslagen wij hebben nageslagen jullie hebben nageslagen zij hebben nageslagen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sloeg na jij sloeg na hij sloeg na wij sloegen na jullie sloegen na zij sloegen na
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had nageslagen jij had nageslagen hij had nageslagen wij hadden nageslagen jullie hadden nageslagen zij hadden nageslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal naslaan jij zult naslaan hij zal naslaan wij zullen naslaan jullie zullen naslaan zij zullen naslaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal nageslagen hebben jij zult nageslagen hebben hij zal nageslagen hebben wij zullen nageslagen hebben jullie zullen nageslagen hebben zij zullen nageslagen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou naslaan jij zou naslaan hij zou naslaan wij zouden naslaan jullie zouden naslaan zij zouden naslaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou nageslagen hebben jij zou nageslagen hebben hij zou nageslagen hebben wij zouden nageslagen hebben jullie zouden nageslagen hebben zij zouden nageslagen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sla na
|