NL: namakenSynoniemen: imiteren, nabootsen, vervalsen, kopiëren, falsificeren, verbeteren, overwerken, nawerken, bijwerken
DE: namaken (nabootsen): nachahmen, kopieren, vervielfältigen
EN: namaken (nabootsen): imitate, copy, take off
ES: namaken (nabootsen): imitar, copiar
FR: namaken (nabootsen): reproduire, imiter, démarquer, copier, contrefaire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
nagemaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik maak na jij maakt na hij maakt na wij maken na jullie maken na zij maken na
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb nagemaakt jij hebt nagemaakt hij heeft nagemaakt wij hebben nagemaakt jullie hebben nagemaakt zij hebben nagemaakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik maakte na jij maakte na hij maakte na wij maakten na jullie maakten na zij maakten na
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had nagemaakt jij had nagemaakt hij had nagemaakt wij hadden nagemaakt jullie hadden nagemaakt zij hadden nagemaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal namaken jij zult namaken hij zal namaken wij zullen namaken jullie zullen namaken zij zullen namaken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal nagemaakt hebben jij zult nagemaakt hebben hij zal nagemaakt hebben wij zullen nagemaakt hebben jullie zullen nagemaakt hebben zij zullen nagemaakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou namaken jij zou namaken hij zou namaken wij zouden namaken jullie zouden namaken zij zouden namaken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou nagemaakt hebben jij zou nagemaakt hebben hij zou nagemaakt hebben wij zouden nagemaakt hebben jullie zouden nagemaakt hebben zij zouden nagemaakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
maak na
|