NL: nalevenSynoniemen: nakomen, respecteren, opvolgen, observeren, gehoorzamen, gadeslaan, eerbiedigen, bijhouden, bewandelen, voltrekken, vervullen, verrichten, uitvoeren
DE: befolgen
EN: comply with, live up to
ES: cumplir con
FR: appliquer, suivre
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
nageleefd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik leef na jij leeft na hij leeft na wij leven na jullie leven na zij leven na
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb nageleefd jij hebt nageleefd hij heeft nageleefd wij hebben nageleefd jullie hebben nageleefd zij hebben nageleefd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik leefde na jij leefde na hij leefde na wij leefden na jullie leefden na zij leefden na
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had nageleefd jij had nageleefd hij had nageleefd wij hadden nageleefd jullie hadden nageleefd zij hadden nageleefd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal naleven jij zult naleven hij zal naleven wij zullen naleven jullie zullen naleven zij zullen naleven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal nageleefd hebben jij zult nageleefd hebben hij zal nageleefd hebben wij zullen nageleefd hebben jullie zullen nageleefd hebben zij zullen nageleefd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou naleven jij zou naleven hij zou naleven wij zouden naleven jullie zouden naleven zij zouden naleven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou nageleefd hebben jij zou nageleefd hebben hij zou nageleefd hebben wij zouden nageleefd hebben jullie zouden nageleefd hebben zij zouden nageleefd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
leef na
|