NL: najagenSynoniemen: achternazitten, streven naar, nastreven, vervolgen, achtervolgen, streven, pogen, bedoelen, aspireren, ambiëren
DE: najagen (trachten te verkrijgen): erstreben, nacheifern, streben nach, nachstreben, nachjagen
EN: najagen (trachten te verkrijgen): pursue, persecute, strive after, aim for, chase, haunt
ES: najagen (trachten te verkrijgen): perseguir, cazar, aspirar a, afanarse tras, perseguir judicialmente
FR: najagen (trachten te verkrijgen): chercher d'obtenir, tâcher d'obtenir, essyer d'obtenir, tenter d'obtenir
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
nagejaagd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik jaag na jij jaagt na hij jaagt na wij jagen na jullie jagen na zij jagen na
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb nagejaagd jij hebt nagejaagd hij heeft nagejaagd wij hebben nagejaagd jullie hebben nagejaagd zij hebben nagejaagd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik joeg na jij joeg na hij joeg na wij joegen na jullie joegen na zij joegen na
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had nagejaagd jij had nagejaagd hij had nagejaagd wij hadden nagejaagd jullie hadden nagejaagd zij hadden nagejaagd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal najagen jij zult najagen hij zal najagen wij zullen najagen jullie zullen najagen zij zullen najagen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal nagejaagd hebben jij zult nagejaagd hebben hij zal nagejaagd hebben wij zullen nagejaagd hebben jullie zullen nagejaagd hebben zij zullen nagejaagd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou najagen jij zou najagen hij zou najagen wij zouden najagen jullie zouden najagen zij zouden najagen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou nagejaagd hebben jij zou nagejaagd hebben hij zou nagejaagd hebben wij zouden nagejaagd hebben jullie zouden nagejaagd hebben zij zouden nagejaagd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
jaag na
|