NL: nagevenDE: nachgeben, nachsagen
EN: hand to, say for
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
nagegeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik geef na jij geeft na hij geeft na wij geven na jullie geven na zij geven na
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb nagegeven jij hebt nagegeven hij heeft nagegeven wij hebben nagegeven jullie hebben nagegeven zij hebben nagegeven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gaf na jij gaf na hij gaf na wij gaven na jullie gaven na zij gaven na
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had nagegeven jij had nagegeven hij had nagegeven wij hadden nagegeven jullie hadden nagegeven zij hadden nagegeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal nageven jij zult nageven hij zal nageven wij zullen nageven jullie zullen nageven zij zullen nageven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal nagegeven hebben jij zult nagegeven hebben hij zal nagegeven hebben wij zullen nagegeven hebben jullie zullen nagegeven hebben zij zullen nagegeven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou nageven jij zou nageven hij zou nageven wij zouden nageven jullie zouden nageven zij zouden nageven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou nagegeven hebben jij zou nagegeven hebben hij zou nagegeven hebben wij zouden nagegeven hebben jullie zouden nagegeven hebben zij zouden nagegeven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
geef na
|