Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

nagelen vervoegen




NL: nagelen

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
genageld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik nagel
jij nagelt
hij nagelt
wij nagelen
jullie nagelen
zij nagelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb genageld
jij hebt genageld
hij heeft genageld
wij hebben genageld
jullie hebben genageld
zij hebben genageld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik nagelde
jij nagelde
hij nagelde
wij nagelden
jullie nagelden
zij nagelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had genageld
jij had genageld
hij had genageld
wij hadden genageld
jullie hadden genageld
zij hadden genageld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal nagelen
jij zult nagelen
hij zal nagelen
wij zullen nagelen
jullie zullen nagelen
zij zullen nagelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal genageld hebben
jij zult genageld hebben
hij zal genageld hebben
wij zullen genageld hebben
jullie zullen genageld hebben
zij zullen genageld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou nagelen
jij zou nagelen
hij zou nagelen
wij zouden nagelen
jullie zouden nagelen
zij zouden nagelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou genageld hebben
jij zou genageld hebben
hij zou genageld hebben
wij zouden genageld hebben
jullie zouden genageld hebben
zij zouden genageld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
nagel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/nagelen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald