NL: nablijvenSynoniemen: schoolblijven, achterblijven
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
nagebleven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik blijf na jij blijft na hij blijft na wij blijven na jullie blijven na zij blijven na
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben nagebleven jij bent nagebleven hij is nagebleven wij zijn nagebleven jullie zijn nagebleven zij zijn nagebleven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bleef na jij bleef na hij bleef na wij bleven na jullie bleven na zij bleven na
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was nagebleven jij was nagebleven hij was nagebleven wij waren nagebleven jullie waren nagebleven zij waren nagebleven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal nablijven jij zult nablijven hij zal nablijven wij zullen nablijven jullie zullen nablijven zij zullen nablijven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal nagebleven zijn jij zult nagebleven zijn hij zal nagebleven zijn wij zullen nagebleven zijn jullie zullen nagebleven zijn zij zullen nagebleven zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou nablijven jij zou nablijven hij zou nablijven wij zouden nablijven jullie zouden nablijven zij zouden nablijven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou nagebleven zijn jij zou nagebleven zijn hij zou nagebleven zijn wij zouden nagebleven zijn jullie zouden nagebleven zijn zij zouden nagebleven zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
blijf na
|