NL: naaienSynoniemen: afhechten, belazeren, borduren, doorstikken, nemen, te grazen nemen, neuken, stikken
DE: naaien (doorstikken): durchsteppen
EN: naaien (doorstikken): sew, stitch
ES: naaien (doorstikken): pespuntear, coser, pespuntar
FR: naaien (doorstikken): brocher
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
genaaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik naai jij naait hij naait wij naaien jullie naaien zij naaien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb genaaid jij hebt genaaid hij heeft genaaid wij hebben genaaid jullie hebben genaaid zij hebben genaaid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik naaide jij naaide hij naaide wij naaiden jullie naaiden zij naaiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had genaaid jij had genaaid hij had genaaid wij hadden genaaid jullie hadden genaaid zij hadden genaaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal naaien jij zult naaien hij zal naaien wij zullen naaien jullie zullen naaien zij zullen naaien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal genaaid hebben jij zult genaaid hebben hij zal genaaid hebben wij zullen genaaid hebben jullie zullen genaaid hebben zij zullen genaaid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou naaien jij zou naaien hij zou naaien wij zouden naaien jullie zouden naaien zij zouden naaien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou genaaid hebben jij zou genaaid hebben hij zou genaaid hebben wij zouden genaaid hebben jullie zouden genaaid hebben zij zouden genaaid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
naai
|