NL: muterenSynoniemen: veranderen
DE: das Verändern, das Mutieren, das Abwandeln
EN: the mutation, the changing
FR: le changement, la mutation
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemuteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik muteer jij muteert hij muteert wij muteren jullie muteren zij muteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemuteerd jij hebt gemuteerd hij heeft gemuteerd wij hebben gemuteerd jullie hebben gemuteerd zij hebben gemuteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik muteerde jij muteerde hij muteerde wij muteerden jullie muteerden zij muteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemuteerd jij had gemuteerd hij had gemuteerd wij hadden gemuteerd jullie hadden gemuteerd zij hadden gemuteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal muteren jij zult muteren hij zal muteren wij zullen muteren jullie zullen muteren zij zullen muteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemuteerd hebben jij zult gemuteerd hebben hij zal gemuteerd hebben wij zullen gemuteerd hebben jullie zullen gemuteerd hebben zij zullen gemuteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou muteren jij zou muteren hij zou muteren wij zouden muteren jullie zouden muteren zij zouden muteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemuteerd hebben jij zou gemuteerd hebben hij zou gemuteerd hebben wij zouden gemuteerd hebben jullie zouden gemuteerd hebben zij zouden gemuteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
muteer
|