NL: muizenDE: die Mäuse
EN: the mice
ES: el ratones
FR: la souris
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemuisd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik muis jij muist hij muist wij muizen jullie muizen zij muizen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemuisd jij hebt gemuisd hij heeft gemuisd wij hebben gemuisd jullie hebben gemuisd zij hebben gemuisd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik muisde jij muisde hij muisde wij muisden jullie muisden zij muisden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemuisd jij had gemuisd hij had gemuisd wij hadden gemuisd jullie hadden gemuisd zij hadden gemuisd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal muizen jij zult muizen hij zal muizen wij zullen muizen jullie zullen muizen zij zullen muizen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemuisd hebben jij zult gemuisd hebben hij zal gemuisd hebben wij zullen gemuisd hebben jullie zullen gemuisd hebben zij zullen gemuisd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou muizen jij zou muizen hij zou muizen wij zouden muizen jullie zouden muizen zij zouden muizen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemuisd hebben jij zou gemuisd hebben hij zou gemuisd hebben wij zouden gemuisd hebben jullie zouden gemuisd hebben zij zouden gemuisd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
muis
|