NL: moraliserenSynoniemen: zedenpreken
EN: moralize, point a moral
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemoraliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik moraliseer jij moraliseert hij moraliseert wij moraliseren jullie moraliseren zij moraliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemoraliseerd jij hebt gemoraliseerd hij heeft gemoraliseerd wij hebben gemoraliseerd jullie hebben gemoraliseerd zij hebben gemoraliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik moraliseerde jij moraliseerde hij moraliseerde wij moraliseerden jullie moraliseerden zij moraliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemoraliseerd jij had gemoraliseerd hij had gemoraliseerd wij hadden gemoraliseerd jullie hadden gemoraliseerd zij hadden gemoraliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal moraliseren jij zult moraliseren hij zal moraliseren wij zullen moraliseren jullie zullen moraliseren zij zullen moraliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemoraliseerd hebben jij zult gemoraliseerd hebben hij zal gemoraliseerd hebben wij zullen gemoraliseerd hebben jullie zullen gemoraliseerd hebben zij zullen gemoraliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou moraliseren jij zou moraliseren hij zou moraliseren wij zouden moraliseren jullie zouden moraliseren zij zouden moraliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemoraliseerd hebben jij zou gemoraliseerd hebben hij zou gemoraliseerd hebben wij zouden gemoraliseerd hebben jullie zouden gemoraliseerd hebben zij zouden gemoraliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
moraliseer
|