NL: mopperenSynoniemen: brommen, pruttelen, morren, klagen, kankeren
DE: nörgeln, meckern, schimpfen, brummen, murren, knurren, grunzen, brutzeln, brummeln, über etwas meckern
EN: complain, grumble, grouse, bellyache, gripe
ES: gruñir, refunfuñar por una cosa
FR: se plaindre, gronder, grogner, grommeler, rouspéter, bougonner, râler à propos de quelque chose, protester, ronchonner, rouscailler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemopperd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik mopper jij moppert hij moppert wij mopperen jullie mopperen zij mopperen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemopperd jij hebt gemopperd hij heeft gemopperd wij hebben gemopperd jullie hebben gemopperd zij hebben gemopperd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mopperde jij mopperde hij mopperde wij mopperden jullie mopperden zij mopperden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemopperd jij had gemopperd hij had gemopperd wij hadden gemopperd jullie hadden gemopperd zij hadden gemopperd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal mopperen jij zult mopperen hij zal mopperen wij zullen mopperen jullie zullen mopperen zij zullen mopperen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemopperd hebben jij zult gemopperd hebben hij zal gemopperd hebben wij zullen gemopperd hebben jullie zullen gemopperd hebben zij zullen gemopperd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou mopperen jij zou mopperen hij zou mopperen wij zouden mopperen jullie zouden mopperen zij zouden mopperen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemopperd hebben jij zou gemopperd hebben hij zou gemopperd hebben wij zouden gemopperd hebben jullie zouden gemopperd hebben zij zouden gemopperd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
mopper
|