NL: monterenSynoniemen: aanbrengen, assembleren, montage,
DE: monteren (assembleren): montieren, zusammensetzen, zusammenbauen
EN: monteren (assembleren): assemble
ES: monteren (assembleren): ensamblar, montar
FR: monteren (assembleren): assembler, monter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemonteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik monteer jij monteert hij monteert wij monteren jullie monteren zij monteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemonteerd jij hebt gemonteerd hij heeft gemonteerd wij hebben gemonteerd jullie hebben gemonteerd zij hebben gemonteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik monteerde jij monteerde hij monteerde wij monteerden jullie monteerden zij monteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemonteerd jij had gemonteerd hij had gemonteerd wij hadden gemonteerd jullie hadden gemonteerd zij hadden gemonteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal monteren jij zult monteren hij zal monteren wij zullen monteren jullie zullen monteren zij zullen monteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemonteerd hebben jij zult gemonteerd hebben hij zal gemonteerd hebben wij zullen gemonteerd hebben jullie zullen gemonteerd hebben zij zullen gemonteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou monteren jij zou monteren hij zou monteren wij zouden monteren jullie zouden monteren zij zouden monteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemonteerd hebben jij zou gemonteerd hebben hij zou gemonteerd hebben wij zouden gemonteerd hebben jullie zouden gemonteerd hebben zij zouden gemonteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
monteer
|