NL: monsterenSynoniemen: aannemen, inspecteren, keuren
EN: monsteren (monsters nemen): inspect, sample, take samples
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemonsterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik monster jij monstert hij monstert wij monsteren jullie monsteren zij monsteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemonsterd jij hebt gemonsterd hij heeft gemonsterd wij hebben gemonsterd jullie hebben gemonsterd zij hebben gemonsterd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik monsterde jij monsterde hij monsterde wij monsterden jullie monsterden zij monsterden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemonsterd jij had gemonsterd hij had gemonsterd wij hadden gemonsterd jullie hadden gemonsterd zij hadden gemonsterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal monsteren jij zult monsteren hij zal monsteren wij zullen monsteren jullie zullen monsteren zij zullen monsteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemonsterd hebben jij zult gemonsterd hebben hij zal gemonsterd hebben wij zullen gemonsterd hebben jullie zullen gemonsterd hebben zij zullen gemonsterd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou monsteren jij zou monsteren hij zou monsteren wij zouden monsteren jullie zouden monsteren zij zouden monsteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemonsterd hebben jij zou gemonsterd hebben hij zou gemonsterd hebben wij zouden gemonsterd hebben jullie zouden gemonsterd hebben zij zouden gemonsterd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
monster
|