NL: monopoliseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemonopoliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik monopoliseer jij monopoliseert hij monopoliseert wij monopoliseren jullie monopoliseren zij monopoliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemonopoliseerd jij hebt gemonopoliseerd hij heeft gemonopoliseerd wij hebben gemonopoliseerd jullie hebben gemonopoliseerd zij hebben gemonopoliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik monopoliseerde jij monopoliseerde hij monopoliseerde wij monopoliseerden jullie monopoliseerden zij monopoliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemonopoliseerd jij had gemonopoliseerd hij had gemonopoliseerd wij hadden gemonopoliseerd jullie hadden gemonopoliseerd zij hadden gemonopoliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal monopoliseren jij zult monopoliseren hij zal monopoliseren wij zullen monopoliseren jullie zullen monopoliseren zij zullen monopoliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemonopoliseerd hebben jij zult gemonopoliseerd hebben hij zal gemonopoliseerd hebben wij zullen gemonopoliseerd hebben jullie zullen gemonopoliseerd hebben zij zullen gemonopoliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou monopoliseren jij zou monopoliseren hij zou monopoliseren wij zouden monopoliseren jullie zouden monopoliseren zij zouden monopoliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemonopoliseerd hebben jij zou gemonopoliseerd hebben hij zou gemonopoliseerd hebben wij zouden gemonopoliseerd hebben jullie zouden gemonopoliseerd hebben zij zouden gemonopoliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
monopoliseer
|