NL: mollenSynoniemen: kapotmaken, moeren, slopen, stukmaken, vermoorden, vernielen
EN: mollen (kapotmaken): destroy, break, wreck, break into pieces
ES: mollen (kapotmaken): romper, dañar, quebrantar, deformar, fracturar, desfigurar, refractar, abusar de
FR: mollen (kapotmaken): abîmer, démolir, bousiller, casser, briser, rompre, fracasser, tarauder, esquinter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemold
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik mol jij molt hij molt wij mollen jullie mollen zij mollen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemold jij hebt gemold hij heeft gemold wij hebben gemold jullie hebben gemold zij hebben gemold
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik molde jij molde hij molde wij molden jullie molden zij molden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemold jij had gemold hij had gemold wij hadden gemold jullie hadden gemold zij hadden gemold
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal mollen jij zult mollen hij zal mollen wij zullen mollen jullie zullen mollen zij zullen mollen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemold hebben jij zult gemold hebben hij zal gemold hebben wij zullen gemold hebben jullie zullen gemold hebben zij zullen gemold hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou mollen jij zou mollen hij zou mollen wij zouden mollen jullie zouden mollen zij zouden mollen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemold hebben jij zou gemold hebben hij zou gemold hebben wij zouden gemold hebben jullie zouden gemold hebben zij zouden gemold hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
mol
|