NL: molesterenSynoniemen: bedreigen, mishandelen, pijnigen
EN: molest
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemolesteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik molesteer jij molesteert hij molesteert wij molesteren jullie molesteren zij molesteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemolesteerd jij hebt gemolesteerd hij heeft gemolesteerd wij hebben gemolesteerd jullie hebben gemolesteerd zij hebben gemolesteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik molesteerde jij molesteerde hij molesteerde wij molesteerden jullie molesteerden zij molesteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemolesteerd jij had gemolesteerd hij had gemolesteerd wij hadden gemolesteerd jullie hadden gemolesteerd zij hadden gemolesteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal molesteren jij zult molesteren hij zal molesteren wij zullen molesteren jullie zullen molesteren zij zullen molesteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemolesteerd hebben jij zult gemolesteerd hebben hij zal gemolesteerd hebben wij zullen gemolesteerd hebben jullie zullen gemolesteerd hebben zij zullen gemolesteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou molesteren jij zou molesteren hij zou molesteren wij zouden molesteren jullie zouden molesteren zij zouden molesteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemolesteerd hebben jij zou gemolesteerd hebben hij zou gemolesteerd hebben wij zouden gemolesteerd hebben jullie zouden gemolesteerd hebben zij zouden gemolesteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
molesteer
|