NL: mogenSynoniemen: aardig vinden, kunnen, mag, moeten, zullen
DE: mögen, dürfen, können
EN: may, be allowed to, have permission
ES: poder, permitirse, estar permitido, estar posibilitado
FR: pouvoir, avoir la permission
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemogen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik mag jij mag hij mag wij mogen jullie mogen zij mogen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemogen jij hebt gemogen hij heeft gemogen wij hebben gemogen jullie hebben gemogen zij hebben gemogen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mocht jij mocht hij mocht wij mochten jullie mochten zij mochten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemogen jij had gemogen hij had gemogen wij hadden gemogen jullie hadden gemogen zij hadden gemogen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal mogen jij zult mogen hij zal mogen wij zullen mogen jullie zullen mogen zij zullen mogen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemogen hebben jij zult gemogen hebben hij zal gemogen hebben wij zullen gemogen hebben jullie zullen gemogen hebben zij zullen gemogen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou mogen jij zou mogen hij zou mogen wij zouden mogen jullie zouden mogen zij zouden mogen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemogen hebben jij zou gemogen hebben hij zou gemogen hebben wij zouden gemogen hebben jullie zouden gemogen hebben zij zouden gemogen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
mag
|