NL: moffelenSynoniemen: emailleren, lakken, verstoppen
DE: munkeln, murmeln
EN: enamel
FR: émailler au four, émailler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemoffeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik moffel jij moffelt hij moffelt wij moffelen jullie moffelen zij moffelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemoffeld jij hebt gemoffeld hij heeft gemoffeld wij hebben gemoffeld jullie hebben gemoffeld zij hebben gemoffeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik moffelde jij moffelde hij moffelde wij moffelden jullie moffelden zij moffelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemoffeld jij had gemoffeld hij had gemoffeld wij hadden gemoffeld jullie hadden gemoffeld zij hadden gemoffeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal moffelen jij zult moffelen hij zal moffelen wij zullen moffelen jullie zullen moffelen zij zullen moffelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemoffeld hebben jij zult gemoffeld hebben hij zal gemoffeld hebben wij zullen gemoffeld hebben jullie zullen gemoffeld hebben zij zullen gemoffeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou moffelen jij zou moffelen hij zou moffelen wij zouden moffelen jullie zouden moffelen zij zouden moffelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemoffeld hebben jij zou gemoffeld hebben hij zou gemoffeld hebben wij zouden gemoffeld hebben jullie zouden gemoffeld hebben zij zouden gemoffeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
moffel
|