NL: modellerenSynoniemen: boetseren, fatsoeneren, stileren, vormen, vervaardigen, maken, kneden
EN: modelleren (vorm geven): model, form, mould, shape, be
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemodelleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik modelleer jij modelleert hij modelleert wij modelleren jullie modelleren zij modelleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemodelleerd jij hebt gemodelleerd hij heeft gemodelleerd wij hebben gemodelleerd jullie hebben gemodelleerd zij hebben gemodelleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik modelleerde jij modelleerde hij modelleerde wij modelleerden jullie modelleerden zij modelleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemodelleerd jij had gemodelleerd hij had gemodelleerd wij hadden gemodelleerd jullie hadden gemodelleerd zij hadden gemodelleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal modelleren jij zult modelleren hij zal modelleren wij zullen modelleren jullie zullen modelleren zij zullen modelleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemodelleerd hebben jij zult gemodelleerd hebben hij zal gemodelleerd hebben wij zullen gemodelleerd hebben jullie zullen gemodelleerd hebben zij zullen gemodelleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou modelleren jij zou modelleren hij zou modelleren wij zouden modelleren jullie zouden modelleren zij zouden modelleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemodelleerd hebben jij zou gemodelleerd hebben hij zou gemodelleerd hebben wij zouden gemodelleerd hebben jullie zouden gemodelleerd hebben zij zouden gemodelleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
modelleer
|