NL: mobiliserenSynoniemen: activeren, mobilisatie
EN: mobilize
FR: miser, engager, mobiliser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemobiliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik mobiliseer jij mobiliseert hij mobiliseert wij mobiliseren jullie mobiliseren zij mobiliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemobiliseerd jij hebt gemobiliseerd hij heeft gemobiliseerd wij hebben gemobiliseerd jullie hebben gemobiliseerd zij hebben gemobiliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mobiliseerde jij mobiliseerde hij mobiliseerde wij mobiliseerden jullie mobiliseerden zij mobiliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemobiliseerd jij had gemobiliseerd hij had gemobiliseerd wij hadden gemobiliseerd jullie hadden gemobiliseerd zij hadden gemobiliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal mobiliseren jij zult mobiliseren hij zal mobiliseren wij zullen mobiliseren jullie zullen mobiliseren zij zullen mobiliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemobiliseerd hebben jij zult gemobiliseerd hebben hij zal gemobiliseerd hebben wij zullen gemobiliseerd hebben jullie zullen gemobiliseerd hebben zij zullen gemobiliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou mobiliseren jij zou mobiliseren hij zou mobiliseren wij zouden mobiliseren jullie zouden mobiliseren zij zouden mobiliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemobiliseerd hebben jij zou gemobiliseerd hebben hij zou gemobiliseerd hebben wij zouden gemobiliseerd hebben jullie zouden gemobiliseerd hebben zij zouden gemobiliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
mobiliseer
|