NL: mislopenSynoniemen: misgaan, mislukken, missen, niet krijgen, stranden, floppen, falen, afgaan
DE: verfehlen, verpassen, einschießen
EN: miss, overlook
ES: perderse, pasar por alto
FR: rater, ne pas obtenir quelque chose
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
misgelopen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik loop mis jij loopt mis hij loopt mis wij lopen mis jullie lopen mis zij lopen mis
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb misgelopen jij hebt misgelopen hij heeft misgelopen wij hebben misgelopen jullie hebben misgelopen zij hebben misgelopen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik liep mis jij liep mis hij liep mis wij liepen mis jullie liepen mis zij liepen mis
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had misgelopen jij had misgelopen hij had misgelopen wij hadden misgelopen jullie hadden misgelopen zij hadden misgelopen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal mislopen jij zult mislopen hij zal mislopen wij zullen mislopen jullie zullen mislopen zij zullen mislopen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal misgelopen hebben jij zult misgelopen hebben hij zal misgelopen hebben wij zullen misgelopen hebben jullie zullen misgelopen hebben zij zullen misgelopen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou mislopen jij zou mislopen hij zou mislopen wij zouden mislopen jullie zouden mislopen zij zouden mislopen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou misgelopen hebben jij zou misgelopen hebben hij zou misgelopen hebben wij zouden misgelopen hebben jullie zouden misgelopen hebben zij zouden misgelopen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
loop mis
|