NL: mishandelenSynoniemen: aftuigen, maltraiteren, molesteren, pijnigen
DE: mishandelen (molesteren): mißhandeln, quälen, belästigen
EN: mishandelen (molesteren): torture, molest, beat up, assault, batter
ES: mishandelen (molesteren): maltratar
FR: mishandelen (molesteren): maltraiter, malmener, molester, rudoyer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
mishandeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik mishandel jij mishandelt hij mishandelt wij mishandelen jullie mishandelen zij mishandelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb mishandeld jij hebt mishandeld hij heeft mishandeld wij hebben mishandeld jullie hebben mishandeld zij hebben mishandeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mishandelde jij mishandelde hij mishandelde wij mishandelden jullie mishandelden zij mishandelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had mishandeld jij had mishandeld hij had mishandeld wij hadden mishandeld jullie hadden mishandeld zij hadden mishandeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal mishandelen jij zult mishandelen hij zal mishandelen wij zullen mishandelen jullie zullen mishandelen zij zullen mishandelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal mishandeld hebben jij zult mishandeld hebben hij zal mishandeld hebben wij zullen mishandeld hebben jullie zullen mishandeld hebben zij zullen mishandeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou mishandelen jij zou mishandelen hij zou mishandelen wij zouden mishandelen jullie zouden mishandelen zij zouden mishandelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou mishandeld hebben jij zou mishandeld hebben hij zou mishandeld hebben wij zouden mishandeld hebben jullie zouden mishandeld hebben zij zouden mishandeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
mishandel
|