EN: to miscarry| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
miscarrying
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I miscarry you miscarry he miscarries we miscarry you miscarry they miscarry
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have miscarried you have miscarried he has miscarried we have miscarried you have miscarried they have miscarried
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I miscarried you miscarried he miscarried we miscarried you miscarried they miscarried
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had miscarried you had miscarried he had miscarried we had miscarried you had miscarried they had miscarried
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will miscarry you will miscarry he will miscarry we will miscarry you will miscarry they will miscarry
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have miscarried you will have miscarried he will have miscarried we will have miscarried you will have miscarried they will have miscarried
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would miscarry you would miscarry he would miscarry we would miscarry you would miscarry they would miscarry
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have miscarried you would have miscarried he would have miscarried we would have miscarried you would have miscarried they would have miscarried
|