NL: minnekozenSynoniemen: aanhalen, vrijen, minnen, liefkozen, liefbedrijven, beminnen
EN: minnekozen (vrijen): make love, carress, cuddle, love, neck
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geminnekoosd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik minnekoos jij minnekoost hij minnekoost wij minnekozen jullie minnekozen zij minnekozen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geminnekoosd jij hebt geminnekoosd hij heeft geminnekoosd wij hebben geminnekoosd jullie hebben geminnekoosd zij hebben geminnekoosd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik minnekoosde jij minnekoosde hij minnekoosde wij minnekoosden jullie minnekoosden zij minnekoosden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geminnekoosd jij had geminnekoosd hij had geminnekoosd wij hadden geminnekoosd jullie hadden geminnekoosd zij hadden geminnekoosd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal minnekozen jij zult minnekozen hij zal minnekozen wij zullen minnekozen jullie zullen minnekozen zij zullen minnekozen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geminnekoosd hebben jij zult geminnekoosd hebben hij zal geminnekoosd hebben wij zullen geminnekoosd hebben jullie zullen geminnekoosd hebben zij zullen geminnekoosd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou minnekozen jij zou minnekozen hij zou minnekozen wij zouden minnekozen jullie zouden minnekozen zij zouden minnekozen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geminnekoosd hebben jij zou geminnekoosd hebben hij zou geminnekoosd hebben wij zouden geminnekoosd hebben jullie zouden geminnekoosd hebben zij zouden geminnekoosd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
minnekoos
|