NL: minimaliserenSynoniemen: bagatelliseren, verkleinen, , minmaken
EN: minimaliseren (kleiner maken): reduce, make smaller
ES: minimaliseren (kleiner maken): reducir, disminuir, empequeñecer, rebajar, recortar, achicar, aminorar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geminimaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik minimaliseer jij minimaliseert hij minimaliseert wij minimaliseren jullie minimaliseren zij minimaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geminimaliseerd jij hebt geminimaliseerd hij heeft geminimaliseerd wij hebben geminimaliseerd jullie hebben geminimaliseerd zij hebben geminimaliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik minimaliseerde jij minimaliseerde hij minimaliseerde wij minimaliseerden jullie minimaliseerden zij minimaliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geminimaliseerd jij had geminimaliseerd hij had geminimaliseerd wij hadden geminimaliseerd jullie hadden geminimaliseerd zij hadden geminimaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal minimaliseren jij zult minimaliseren hij zal minimaliseren wij zullen minimaliseren jullie zullen minimaliseren zij zullen minimaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geminimaliseerd hebben jij zult geminimaliseerd hebben hij zal geminimaliseerd hebben wij zullen geminimaliseerd hebben jullie zullen geminimaliseerd hebben zij zullen geminimaliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou minimaliseren jij zou minimaliseren hij zou minimaliseren wij zouden minimaliseren jullie zouden minimaliseren zij zouden minimaliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geminimaliseerd hebben jij zou geminimaliseerd hebben hij zou geminimaliseerd hebben wij zouden geminimaliseerd hebben jullie zouden geminimaliseerd hebben zij zouden geminimaliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
minimaliseer
|