NL: minachtenSynoniemen: geringschatten, verachten,
DE: verschmähen, verachten, geringschätzen
EN: despise, disregard, disdain, look down upon, hold in contempt, scorn, treat with disregard, slight
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geminacht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik minacht jij minacht hij minacht wij minachten jullie minachten zij minachten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geminacht jij hebt geminacht hij heeft geminacht wij hebben geminacht jullie hebben geminacht zij hebben geminacht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik minachtte jij minachtte hij minachtte wij minachtten jullie minachtten zij minachtten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geminacht jij had geminacht hij had geminacht wij hadden geminacht jullie hadden geminacht zij hadden geminacht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal minachten jij zult minachten hij zal minachten wij zullen minachten jullie zullen minachten zij zullen minachten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geminacht hebben jij zult geminacht hebben hij zal geminacht hebben wij zullen geminacht hebben jullie zullen geminacht hebben zij zullen geminacht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou minachten jij zou minachten hij zou minachten wij zouden minachten jullie zouden minachten zij zouden minachten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geminacht hebben jij zou geminacht hebben hij zou geminacht hebben wij zouden geminacht hebben jullie zouden geminacht hebben zij zouden geminacht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
minacht
|