NL: mijnenDE: die Steinbrüche, die Bergbauwerke
EN: the mines, the quarries
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemijnd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik mijn jij mijnt hij mijnt wij mijnen jullie mijnen zij mijnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemijnd jij hebt gemijnd hij heeft gemijnd wij hebben gemijnd jullie hebben gemijnd zij hebben gemijnd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mijnde jij mijnde hij mijnde wij mijnden jullie mijnden zij mijnden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemijnd jij had gemijnd hij had gemijnd wij hadden gemijnd jullie hadden gemijnd zij hadden gemijnd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal mijnen jij zult mijnen hij zal mijnen wij zullen mijnen jullie zullen mijnen zij zullen mijnen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemijnd hebben jij zult gemijnd hebben hij zal gemijnd hebben wij zullen gemijnd hebben jullie zullen gemijnd hebben zij zullen gemijnd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou mijnen jij zou mijnen hij zou mijnen wij zouden mijnen jullie zouden mijnen zij zouden mijnen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemijnd hebben jij zou gemijnd hebben hij zou gemijnd hebben wij zouden gemijnd hebben jullie zouden gemijnd hebben zij zouden gemijnd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
mijn
|