NL: mijmerenSynoniemen: nadenken
DE: träumen, grübeln, sinnen, brüten
EN: muse
ES: pensar, reflexionar, meditar, cavilar, rumiar
FR: songer, rêver, méditer sur
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemijmerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik mijmer jij mijmert hij mijmert wij mijmeren jullie mijmeren zij mijmeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemijmerd jij hebt gemijmerd hij heeft gemijmerd wij hebben gemijmerd jullie hebben gemijmerd zij hebben gemijmerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mijmerde jij mijmerde hij mijmerde wij mijmerden jullie mijmerden zij mijmerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemijmerd jij had gemijmerd hij had gemijmerd wij hadden gemijmerd jullie hadden gemijmerd zij hadden gemijmerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal mijmeren jij zult mijmeren hij zal mijmeren wij zullen mijmeren jullie zullen mijmeren zij zullen mijmeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemijmerd hebben jij zult gemijmerd hebben hij zal gemijmerd hebben wij zullen gemijmerd hebben jullie zullen gemijmerd hebben zij zullen gemijmerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou mijmeren jij zou mijmeren hij zou mijmeren wij zouden mijmeren jullie zouden mijmeren zij zouden mijmeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemijmerd hebben jij zou gemijmerd hebben hij zou gemijmerd hebben wij zouden gemijmerd hebben jullie zouden gemijmerd hebben zij zouden gemijmerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
mijmer
|