NL: miauwenSynoniemen: mauwen
DE: maunzen, miauen
EN: miaow, mew
ES: maullar, dar maullidos
FR: miauler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemiauwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik miauw jij miauwt hij miauwt wij miauwen jullie miauwen zij miauwen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemiauwd jij hebt gemiauwd hij heeft gemiauwd wij hebben gemiauwd jullie hebben gemiauwd zij hebben gemiauwd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik miauwde jij miauwde hij miauwde wij miauwden jullie miauwden zij miauwden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemiauwd jij had gemiauwd hij had gemiauwd wij hadden gemiauwd jullie hadden gemiauwd zij hadden gemiauwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal miauwen jij zult miauwen hij zal miauwen wij zullen miauwen jullie zullen miauwen zij zullen miauwen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemiauwd hebben jij zult gemiauwd hebben hij zal gemiauwd hebben wij zullen gemiauwd hebben jullie zullen gemiauwd hebben zij zullen gemiauwd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou miauwen jij zou miauwen hij zou miauwen wij zouden miauwen jullie zouden miauwen zij zouden miauwen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemiauwd hebben jij zou gemiauwd hebben hij zou gemiauwd hebben wij zouden gemiauwd hebben jullie zouden gemiauwd hebben zij zouden gemiauwd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
miauw
|