NL: mestenSynoniemen: bemesten, uitmesten, vetmesten, voeren
DE: mästen
EN: fatten, feed
ES: engordar, cebar, fertilizar, estercolar
FR: engraisser, mettre à l'engrais
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemest
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik mest jij mest hij mest wij mesten jullie mesten zij mesten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemest jij hebt gemest hij heeft gemest wij hebben gemest jullie hebben gemest zij hebben gemest
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mestte jij mestte hij mestte wij mestten jullie mestten zij mestten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemest jij had gemest hij had gemest wij hadden gemest jullie hadden gemest zij hadden gemest
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal mesten jij zult mesten hij zal mesten wij zullen mesten jullie zullen mesten zij zullen mesten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemest hebben jij zult gemest hebben hij zal gemest hebben wij zullen gemest hebben jullie zullen gemest hebben zij zullen gemest hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou mesten jij zou mesten hij zou mesten wij zouden mesten jullie zouden mesten zij zouden mesten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemest hebben jij zou gemest hebben hij zou gemest hebben wij zouden gemest hebben jullie zouden gemest hebben zij zouden gemest hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
mest
|