NL: meppenSynoniemen: doodslaan, matten, slaan, mep, knal, timmeren, hengsten
DE: meppen (hard slaan): rammen, schlagen, hämmern, dreschen, hart schlagen, hauen, verkloppen
EN: meppen (hard slaan): hammer, slap, hit, bang, smack
ES: meppen (hard slaan): golpear, abofetear
FR: meppen (hard slaan): frapper, battre, fouetter, cogner, taper, heurter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemept
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik mep jij mept hij mept wij meppen jullie meppen zij meppen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemept jij hebt gemept hij heeft gemept wij hebben gemept jullie hebben gemept zij hebben gemept
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mepte jij mepte hij mepte wij mepten jullie mepten zij mepten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemept jij had gemept hij had gemept wij hadden gemept jullie hadden gemept zij hadden gemept
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal meppen jij zult meppen hij zal meppen wij zullen meppen jullie zullen meppen zij zullen meppen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemept hebben jij zult gemept hebben hij zal gemept hebben wij zullen gemept hebben jullie zullen gemept hebben zij zullen gemept hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou meppen jij zou meppen hij zou meppen wij zouden meppen jullie zouden meppen zij zouden meppen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemept hebben jij zou gemept hebben hij zou gemept hebben wij zouden gemept hebben jullie zouden gemept hebben zij zouden gemept hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
mep
|