NL: mensendiecken U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemensendieckt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik mensendieck jij mensendieckt hij mensendieckt wij mensendiecken jullie mensendiecken zij mensendiecken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemensendieckt jij hebt gemensendieckt hij heeft gemensendieckt wij hebben gemensendieckt jullie hebben gemensendieckt zij hebben gemensendieckt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mensendieckte jij mensendieckte hij mensendieckte wij mensendieckten jullie mensendieckten zij mensendieckten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemensendieckt jij had gemensendieckt hij had gemensendieckt wij hadden gemensendieckt jullie hadden gemensendieckt zij hadden gemensendieckt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal mensendiecken jij zult mensendiecken hij zal mensendiecken wij zullen mensendiecken jullie zullen mensendiecken zij zullen mensendiecken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemensendieckt hebben jij zult gemensendieckt hebben hij zal gemensendieckt hebben wij zullen gemensendieckt hebben jullie zullen gemensendieckt hebben zij zullen gemensendieckt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou mensendiecken jij zou mensendiecken hij zou mensendiecken wij zouden mensendiecken jullie zouden mensendiecken zij zouden mensendiecken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemensendieckt hebben jij zou gemensendieckt hebben hij zou gemensendieckt hebben wij zouden gemensendieckt hebben jullie zouden gemensendieckt hebben zij zouden gemensendieckt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
mensendieck
|