NL: mennenDE: lenken
EN: drive horses, drive
FR: guider un cheval
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik men jij ment hij ment wij mennen jullie mennen zij mennen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemend jij hebt gemend hij heeft gemend wij hebben gemend jullie hebben gemend zij hebben gemend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mende jij mende hij mende wij menden jullie menden zij menden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemend jij had gemend hij had gemend wij hadden gemend jullie hadden gemend zij hadden gemend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal mennen jij zult mennen hij zal mennen wij zullen mennen jullie zullen mennen zij zullen mennen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemend hebben jij zult gemend hebben hij zal gemend hebben wij zullen gemend hebben jullie zullen gemend hebben zij zullen gemend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou mennen jij zou mennen hij zou mennen wij zouden mennen jullie zouden mennen zij zouden mennen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemend hebben jij zou gemend hebben hij zou gemend hebben wij zouden gemend hebben jullie zouden gemend hebben zij zouden gemend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
men
|