Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

mengen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: mengen

NL: mengen
Synoniemen: mengen, vermengen, dooreenmengen

DE: mischen, eine Melange machen aus, eine Mischung machen aus, ein Gemisch machen aus, melieren, mixen, panschen, strecken, umrühren, vermengen, vermischen, verschneiden, versetzen
EN: stir together, blend, alloy, mix

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gemengd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik meng
jij mengt
hij mengt
wij mengen
jullie mengen
zij mengen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gemengd
jij hebt gemengd
hij heeft gemengd
wij hebben gemengd
jullie hebben gemengd
zij hebben gemengd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik mengde
jij mengde
hij mengde
wij mengden
jullie mengden
zij mengden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gemengd
jij had gemengd
hij had gemengd
wij hadden gemengd
jullie hadden gemengd
zij hadden gemengd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal mengen
jij zult mengen
hij zal mengen
wij zullen mengen
jullie zullen mengen
zij zullen mengen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gemengd hebben
jij zult gemengd hebben
hij zal gemengd hebben
wij zullen gemengd hebben
jullie zullen gemengd hebben
zij zullen gemengd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou mengen
jij zou mengen
hij zou mengen
wij zouden mengen
jullie zouden mengen
zij zouden mengen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gemengd hebben
jij zou gemengd hebben
hij zou gemengd hebben
wij zouden gemengd hebben
jullie zouden gemengd hebben
zij zouden gemengd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
meng


DE: mengen
Synoniemen: mischen, eine Melange machen aus, eine Mischung machen aus, ein Gemisch machen aus, melieren, mixen, panschen, strecken, umrühren, vermengen, vermischen, verschneiden, versetzen

NL: mengen, vermengen, dooreenmengen
EN: stir together, blend, alloy, mix
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gemengt
mengend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich menge
du mengst
er mengt
wir mengen
ihr mengt
sie; Sie mengen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe gemengt
du hast gemengt
er hat gemengt
wir haben gemengt
ihr habt gemengt
sie; Sie haben gemengt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich mengte
du mengtest
er mengte
wir mengten
ihr mengtet
sie; Sie mengten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte gemengt
du hattest gemengt
er hatte gemengt
wir hatten gemengt
ihr hattet gemengt
sie; Sie hatten gemengt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde mengen
du wirst mengen
er wird mengen
wir werden mengen
ihr werdet mengen
sie; Sie werden mengen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gemengt haben
du wirst gemengt haben
er wird gemengt haben
wir werden gemengt haben
ihr werdet gemengt haben
sie; Sie werden gemengt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich menge
du mengest
er menge
wir mengen
ihr menget
sie; Sie mengen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe gemengt
du habest gemengt
er habe gemengt
wir haben gemengt
ihr habet gemengt
sie; Sie haben gemengt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich mengte
du mengtest
er mengte
wir mengten
ihr mengtet
sie; Sie mengten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gemengt
du hättest gemengt
er hätte gemengt
wir hätten gemengt
ihr hättet gemengt
sie; Sie hätten gemengt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde mengen
du würdest mengen
er würde mengen
wir würden mengen
ihr würdet mengen
sie; Sie würden mengen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gemengt haben
du würdest gemengt haben
er würde gemengt haben
wir würden gemengt haben
ihr würdet gemengt haben
sie; Sie würden gemengt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du menge

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/mengen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English