Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

menen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: menen
Synoniemen: bedoelen, denken, serieus zijn

DE: menen (van mening zijn): meinen, finden, der Meinung sein
EN: menen (van mening zijn): be of the opinion
ES: menen (van mening zijn): opinar, pretender, querer decir, referirse
FR: menen (van mening zijn): être d'avis, être d'opinion

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gemeend
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik meen
jij meent
hij meent
wij menen
jullie menen
zij menen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gemeend
jij hebt gemeend
hij heeft gemeend
wij hebben gemeend
jullie hebben gemeend
zij hebben gemeend
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik meende
jij meende
hij meende
wij meenden
jullie meenden
zij meenden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gemeend
jij had gemeend
hij had gemeend
wij hadden gemeend
jullie hadden gemeend
zij hadden gemeend
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal menen
jij zult menen
hij zal menen
wij zullen menen
jullie zullen menen
zij zullen menen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gemeend hebben
jij zult gemeend hebben
hij zal gemeend hebben
wij zullen gemeend hebben
jullie zullen gemeend hebben
zij zullen gemeend hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou menen
jij zou menen
hij zou menen
wij zouden menen
jullie zouden menen
zij zouden menen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gemeend hebben
jij zou gemeend hebben
hij zou gemeend hebben
wij zouden gemeend hebben
jullie zouden gemeend hebben
zij zouden gemeend hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
meen

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/menen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English