NL: memoriserenSynoniemen: onthouden
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gememoriseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik memoriseer jij memoriseert hij memoriseert wij memoriseren jullie memoriseren zij memoriseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gememoriseerd jij hebt gememoriseerd hij heeft gememoriseerd wij hebben gememoriseerd jullie hebben gememoriseerd zij hebben gememoriseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik memoriseerde jij memoriseerde hij memoriseerde wij memoriseerden jullie memoriseerden zij memoriseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gememoriseerd jij had gememoriseerd hij had gememoriseerd wij hadden gememoriseerd jullie hadden gememoriseerd zij hadden gememoriseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal memoriseren jij zult memoriseren hij zal memoriseren wij zullen memoriseren jullie zullen memoriseren zij zullen memoriseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gememoriseerd hebben jij zult gememoriseerd hebben hij zal gememoriseerd hebben wij zullen gememoriseerd hebben jullie zullen gememoriseerd hebben zij zullen gememoriseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou memoriseren jij zou memoriseren hij zou memoriseren wij zouden memoriseren jullie zouden memoriseren zij zouden memoriseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gememoriseerd hebben jij zou gememoriseerd hebben hij zou gememoriseerd hebben wij zouden gememoriseerd hebben jullie zouden gememoriseerd hebben zij zouden gememoriseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
memoriseer
|