NL: meenemenSynoniemen: leiden, meebrengen, meeslepen, ophalen, verdisconteren, vergaderen, medenemen, medebrengen, bijeenbrengen, afhalen, wegnemen, weghalen, afnemen
DE: meenemen (ophalen): entnehmen, aufholen, abnehmen, wegholen, wegnehmen, fortnehmen, entfernen, abräumen
EN: meenemen (ophalen): take along, take away, collect, pick up, take, fetch, come round for
ES: meenemen (ophalen): recoger, traer, ir a buscar, retirar, separar
FR: meenemen (ophalen): emporter, prendre, recueillir, enlever, ramasser, collecter, aller chercher, lever, améliorer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
meegenomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik neem mee jij neemt mee hij neemt mee wij nemen mee jullie nemen mee zij nemen mee
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb meegenomen jij hebt meegenomen hij heeft meegenomen wij hebben meegenomen jullie hebben meegenomen zij hebben meegenomen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik nam mee jij nam mee hij nam mee wij namen mee jullie namen mee zij namen mee
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had meegenomen jij had meegenomen hij had meegenomen wij hadden meegenomen jullie hadden meegenomen zij hadden meegenomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal meenemen jij zult meenemen hij zal meenemen wij zullen meenemen jullie zullen meenemen zij zullen meenemen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal meegenomen hebben jij zult meegenomen hebben hij zal meegenomen hebben wij zullen meegenomen hebben jullie zullen meegenomen hebben zij zullen meegenomen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou meenemen jij zou meenemen hij zou meenemen wij zouden meenemen jullie zouden meenemen zij zouden meenemen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou meegenomen hebben jij zou meegenomen hebben hij zou meegenomen hebben wij zouden meegenomen hebben jullie zouden meegenomen hebben zij zouden meegenomen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
neem mee
|