NL: meedingenSynoniemen: mededingen, wedijveren, concurreren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
meegedongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ding mee jij dingt mee hij dingt mee wij dingen mee jullie dingen mee zij dingen mee
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb meegedongen jij hebt meegedongen hij heeft meegedongen wij hebben meegedongen jullie hebben meegedongen zij hebben meegedongen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dong mee jij dong mee hij dong mee wij dongen mee jullie dongen mee zij dongen mee
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had meegedongen jij had meegedongen hij had meegedongen wij hadden meegedongen jullie hadden meegedongen zij hadden meegedongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal meedingen jij zult meedingen hij zal meedingen wij zullen meedingen jullie zullen meedingen zij zullen meedingen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal meegedongen hebben jij zult meegedongen hebben hij zal meegedongen hebben wij zullen meegedongen hebben jullie zullen meegedongen hebben zij zullen meegedongen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou meedingen jij zou meedingen hij zou meedingen wij zouden meedingen jullie zouden meedingen zij zouden meedingen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou meegedongen hebben jij zou meegedongen hebben hij zou meegedongen hebben wij zouden meegedongen hebben jullie zouden meegedongen hebben zij zouden meegedongen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ding mee
|