NL: meebrengenSynoniemen: brengen, eisen, meenemen, medebrengen, vergaderen, medenemen, bijeenbrengen, afhalen
DE: bringen, mitbringen, mitnehmen, einbringen, herbeibringen
EN: bring along, bring, carry
ES: traer, trasladar, acompañar, apasionar, alcanzar, transportar
FR: apporter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
meegebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik breng mee jij brengt mee hij brengt mee wij brengen mee jullie brengen mee zij brengen mee
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb meegebracht jij hebt meegebracht hij heeft meegebracht wij hebben meegebracht jullie hebben meegebracht zij hebben meegebracht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bracht mee jij bracht mee hij bracht mee wij brachten mee jullie brachten mee zij brachten mee
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had meegebracht jij had meegebracht hij had meegebracht wij hadden meegebracht jullie hadden meegebracht zij hadden meegebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal meebrengen jij zult meebrengen hij zal meebrengen wij zullen meebrengen jullie zullen meebrengen zij zullen meebrengen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal meegebracht hebben jij zult meegebracht hebben hij zal meegebracht hebben wij zullen meegebracht hebben jullie zullen meegebracht hebben zij zullen meegebracht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou meebrengen jij zou meebrengen hij zou meebrengen wij zouden meebrengen jullie zouden meebrengen zij zouden meebrengen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou meegebracht hebben jij zou meegebracht hebben hij zou meegebracht hebben wij zouden meegebracht hebben jullie zouden meegebracht hebben zij zouden meegebracht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
breng mee
|