NL: medicineren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemedicineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik medicineer jij medicineert hij medicineert wij medicineren jullie medicineren zij medicineren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemedicineerd jij hebt gemedicineerd hij heeft gemedicineerd wij hebben gemedicineerd jullie hebben gemedicineerd zij hebben gemedicineerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik medicineerde jij medicineerde hij medicineerde wij medicineerden jullie medicineerden zij medicineerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemedicineerd jij had gemedicineerd hij had gemedicineerd wij hadden gemedicineerd jullie hadden gemedicineerd zij hadden gemedicineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal medicineren jij zult medicineren hij zal medicineren wij zullen medicineren jullie zullen medicineren zij zullen medicineren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemedicineerd hebben jij zult gemedicineerd hebben hij zal gemedicineerd hebben wij zullen gemedicineerd hebben jullie zullen gemedicineerd hebben zij zullen gemedicineerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou medicineren jij zou medicineren hij zou medicineren wij zouden medicineren jullie zouden medicineren zij zouden medicineren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemedicineerd hebben jij zou gemedicineerd hebben hij zou gemedicineerd hebben wij zouden gemedicineerd hebben jullie zouden gemedicineerd hebben zij zouden gemedicineerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
medicineer
|