NL: medewerkenSynoniemen: meewerken
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
medegewerkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik werk mede jij werkt mede hij werkt mede wij werken mede jullie werken mede zij werken mede
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb medegewerkt jij hebt medegewerkt hij heeft medegewerkt wij hebben medegewerkt jullie hebben medegewerkt zij hebben medegewerkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik werkte mede jij werkte mede hij werkte mede wij werkten mede jullie werkten mede zij werkten mede
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had medegewerkt jij had medegewerkt hij had medegewerkt wij hadden medegewerkt jullie hadden medegewerkt zij hadden medegewerkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal medewerken jij zult medewerken hij zal medewerken wij zullen medewerken jullie zullen medewerken zij zullen medewerken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal medegewerkt hebben jij zult medegewerkt hebben hij zal medegewerkt hebben wij zullen medegewerkt hebben jullie zullen medegewerkt hebben zij zullen medegewerkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou medewerken jij zou medewerken hij zou medewerken wij zouden medewerken jullie zouden medewerken zij zouden medewerken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou medegewerkt hebben jij zou medegewerkt hebben hij zou medegewerkt hebben wij zouden medegewerkt hebben jullie zouden medegewerkt hebben zij zouden medegewerkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
werk mede
|