Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

martelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: martelen
Synoniemen: afbeulen, folteren, kwellen, pijnigen

DE: verletzen, peinigen, martern, foltern, kasteien
EN: torture, torment, hurt, aggrieve, offend
ES: torturar

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gemarteld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik martel
jij martelt
hij martelt
wij martelen
jullie martelen
zij martelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gemarteld
jij hebt gemarteld
hij heeft gemarteld
wij hebben gemarteld
jullie hebben gemarteld
zij hebben gemarteld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik martelde
jij martelde
hij martelde
wij martelden
jullie martelden
zij martelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gemarteld
jij had gemarteld
hij had gemarteld
wij hadden gemarteld
jullie hadden gemarteld
zij hadden gemarteld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal martelen
jij zult martelen
hij zal martelen
wij zullen martelen
jullie zullen martelen
zij zullen martelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gemarteld hebben
jij zult gemarteld hebben
hij zal gemarteld hebben
wij zullen gemarteld hebben
jullie zullen gemarteld hebben
zij zullen gemarteld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou martelen
jij zou martelen
hij zou martelen
wij zouden martelen
jullie zouden martelen
zij zouden martelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gemarteld hebben
jij zou gemarteld hebben
hij zou gemarteld hebben
wij zouden gemarteld hebben
jullie zouden gemarteld hebben
zij zouden gemarteld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
martel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/martelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English