NL: maquillerenSynoniemen: grimeren
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemaquilleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik maquilleer jij maquilleert hij maquilleert wij maquilleren jullie maquilleren zij maquilleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemaquilleerd jij hebt gemaquilleerd hij heeft gemaquilleerd wij hebben gemaquilleerd jullie hebben gemaquilleerd zij hebben gemaquilleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik maquilleerde jij maquilleerde hij maquilleerde wij maquilleerden jullie maquilleerden zij maquilleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemaquilleerd jij had gemaquilleerd hij had gemaquilleerd wij hadden gemaquilleerd jullie hadden gemaquilleerd zij hadden gemaquilleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal maquilleren jij zult maquilleren hij zal maquilleren wij zullen maquilleren jullie zullen maquilleren zij zullen maquilleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemaquilleerd hebben jij zult gemaquilleerd hebben hij zal gemaquilleerd hebben wij zullen gemaquilleerd hebben jullie zullen gemaquilleerd hebben zij zullen gemaquilleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou maquilleren jij zou maquilleren hij zou maquilleren wij zouden maquilleren jullie zouden maquilleren zij zouden maquilleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemaquilleerd hebben jij zou gemaquilleerd hebben hij zou gemaquilleerd hebben wij zouden gemaquilleerd hebben jullie zouden gemaquilleerd hebben zij zouden gemaquilleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
maquilleer
|