NL: manoeuvrerenSynoniemen: draaien, loodsen, marcheren, rangeren
DE: manövrieren, bewegen
EN: manoeuvre, march
ES: maniobrar
FR: manoeuvrer, bouger, manier, actionner
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemanoeuvreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik manoeuvreer jij manoeuvreert hij manoeuvreert wij manoeuvreren jullie manoeuvreren zij manoeuvreren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemanoeuvreerd jij hebt gemanoeuvreerd hij heeft gemanoeuvreerd wij hebben gemanoeuvreerd jullie hebben gemanoeuvreerd zij hebben gemanoeuvreerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik manoeuvreerde jij manoeuvreerde hij manoeuvreerde wij manoeuvreerden jullie manoeuvreerden zij manoeuvreerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemanoeuvreerd jij had gemanoeuvreerd hij had gemanoeuvreerd wij hadden gemanoeuvreerd jullie hadden gemanoeuvreerd zij hadden gemanoeuvreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal manoeuvreren jij zult manoeuvreren hij zal manoeuvreren wij zullen manoeuvreren jullie zullen manoeuvreren zij zullen manoeuvreren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemanoeuvreerd hebben jij zult gemanoeuvreerd hebben hij zal gemanoeuvreerd hebben wij zullen gemanoeuvreerd hebben jullie zullen gemanoeuvreerd hebben zij zullen gemanoeuvreerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou manoeuvreren jij zou manoeuvreren hij zou manoeuvreren wij zouden manoeuvreren jullie zouden manoeuvreren zij zouden manoeuvreren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemanoeuvreerd hebben jij zou gemanoeuvreerd hebben hij zou gemanoeuvreerd hebben wij zouden gemanoeuvreerd hebben jullie zouden gemanoeuvreerd hebben zij zouden gemanoeuvreerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
manoeuvreer
|