Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

mankeren vervoegen




NL: mankeren
Synoniemen: haperen, ontbreken, verzuimen

DE: mankeren (ontbreken): fehlen, abwesend sein, versäumen
EN: mankeren (ontbreken): lack, be missing, be absent, be lacking
FR: mankeren (ontbreken): manquer, être absent, faire défaut

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gemankeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik mankeer
jij mankeert
hij mankeert
wij mankeren
jullie mankeren
zij mankeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gemankeerd
jij hebt gemankeerd
hij heeft gemankeerd
wij hebben gemankeerd
jullie hebben gemankeerd
zij hebben gemankeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik mankeerde
jij mankeerde
hij mankeerde
wij mankeerden
jullie mankeerden
zij mankeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gemankeerd
jij had gemankeerd
hij had gemankeerd
wij hadden gemankeerd
jullie hadden gemankeerd
zij hadden gemankeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal mankeren
jij zult mankeren
hij zal mankeren
wij zullen mankeren
jullie zullen mankeren
zij zullen mankeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gemankeerd hebben
jij zult gemankeerd hebben
hij zal gemankeerd hebben
wij zullen gemankeerd hebben
jullie zullen gemankeerd hebben
zij zullen gemankeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou mankeren
jij zou mankeren
hij zou mankeren
wij zouden mankeren
jullie zouden mankeren
zij zouden mankeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gemankeerd hebben
jij zou gemankeerd hebben
hij zou gemankeerd hebben
wij zouden gemankeerd hebben
jullie zouden gemankeerd hebben
zij zouden gemankeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
mankeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/mankeren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald